Christenen in het Midden-Oosten: exodus of overleven met behulp van de diaspora?

Onlangs bezocht emeritus-hoogleraar Oosters Christendom, Herman Teule het gebied in Turkije en Irak waar zijn interesse voor het oosters-oriëntaals christendom zo´n halve eeuw geleden ontstond. Hij vraagt zich nu af of christenen nog bestaanskans hebben in het Midden-Oosten. Een gesprek over de wortels van het christendom, het belang van kanttekeningen in oude bronnen, exodus en diaspora. En over bijzondere initiatieven waarin de diverse religies met elkaar het gesprek aangaan.

In de regio Tur Abdin voelt Herman zich thuis. Hij komt er vanaf de jaren zeventig toen hij als student in een Deux Chevaux naar het ‘hartland’ van de Syrisch-orthodox christenen was getrokken. Herman: ‘Er waren nog geen geasfalteerde wegen. Op straat hoorde je de mensen Turoyo (neo-Aramees) spreken. Er was toen een christengemeenschap van ca. 30.000 mensen, nu zijn dat er nog maar 1500. Het verblijf in het Deyr-ul Zafaranklooster maakte een enorme indruk op me. Het lag aan de rand van de woestijn, er was amper elektra en dan die sterrenhemel. Je sliep op het dak en ontwaakte om vier uur s’ morgens bij de eerste zonnestralen; je ging dan direct naar de eerste dienst van die dag. Ik was verkocht en besloot in die richting verder te gaan.
Maar niet lang na mijn eerste bezoek veranderde de situatie. Duitsland opende twee arbeidsbureaus in het Turkse Mardin om arbeidskrachten te werven. Veel christenen zijn op die kar gesprongen, vandaar dat er nu zo’n grote Syrisch-orthodoxe gemeenschap in Duitsland is. Ze trokken niet alleen weg om economische redenen, maar zeker ook vanwege de moeilijke politiek situatie. Tijdens mijn verblijf in het klooster was er een inval van een Koerdische bende; ze hadden kerkelijk materiaal, vooral kelken, meegenomen. Er heerste paniek, maar de abt zei dat het geen zin had om de politie erbij te halen, die zouden toch niets doen omdat het christenen betrof. In die tijd was er sprake van een strikt Turkse republiek en was er geen ruimte voor andere talen; niet voor het Koerdisch en ook niet voor het Turoyo.

Genocide

De verdrukking van de christenen gebeurde op grote schaal tijdens WO I. De genocide in het toenmalige Ottomaanse rijk is een bekend verhaal waar het de Armeniërs betreft, maar de Syrisch-orthodoxe christenen uit de regio Tur Abdin en de Assyrische christenen zijn daar evenzeer slachtoffer van geworden. De wonden zijn nog lang niet geheeld, en dat stelt natuurlijk allerlei vragen over het samenleven van christenen met de lokale Koerdische, Turkse en Arabische bevolking.
In de jaren tachtig van de vorige eeuw waren er heftige gevechten tussen de PKK (Koerdische Arbeiderspartij) en de Turkse regering. Christenen bevonden zich tussen hamer en aambeeld. De PKK verdacht hen ervan samen te werken met de Turken, en andersom. Voor hen extra redenen om te vertrekken. Veel van de aanslagen op christenen zijn nooit opgehelderd. Van eerlijke rechtspraak was geen sprake.

Gecalligafeerd opschrift, in Syrisch en Arabisch, van de Chaldeeuwse patriarch Thomas Audo, in de kerk van het klooster van Onze Lieve Vrouw van de Oogst, Alkosh, Irak

Kloostertoerisme

Vroeger waren de kloosters enclaves waar christenen zichzelf konden zijn en kinderen naar toe kwamen om hun oude Syrische taal te leren (die van de liturgie). Dit deden ze naast hun gewone scholen waar het onderricht in Turks was. De scholing in het klooster was niet altijd toegestaan.

Tegenwoordig hebben de kloosters een andere functie. De oude gebouwen zijn gerestaureerd (helaas niet altijd even geslaagd) met geld van christenen die in Duitsland, Zweden en Nederland waren neergestreken. Er verblijven nog maar weinig monniken, maar in de zomermaanden zitten de kloosters vol met bezoekers uit de landen van de arbeidsmigranten. Die blijven op die manier trouw aan het moederland en geregeld sturen ze ook hun kinderen ernaartoe. Het geloof en de Syrische taal blijven ook als identiteitsmarker heel belangrijk voor de Syrisch-orthodoxe gemeenschap. En dat kunnen ze daar leren.

Een klooster springt er wat mij betreft positief uit: het Mor Augin klooster, prachtig gelegen, hoog in de bergen. Er zijn daar twee monniken: de abt is in Hengelo opgegroeid en spreekt Nederlands, de ander heeft wortels in Duitsland. Ik heb lang met ze gesproken en het was mooi om te zien hoe ze zich inzetten om er een plaats van spiritualiteit van te maken en geen toeristische site. De christenen die er nog zijn redden het alleen door de massale steun vanuit de diaspora.

Bruggenbouwen

De situatie voor de christenen is dus behoorlijk veranderd. Toen Erdoğan aan de macht kwam werkte hij aanvankelijk aan een goede verstandhouding met de christenen. Zo verdween onder andere het verbod op het gebruik van het Syrisch. De Erdoğan van nu is niet meer dezelfde als die van destijds. Hij is strikter geworden. Maar, en dat was eerder ondenkbaar, in Mardin is een universiteit opgericht, een centrum voor de studie van lokale beschavingen, waaronder ook het Syrische christendom. Op die manier probeert men recht te doen aan de Syrische roots.

Als directeur van het IvOC (van 1998 tot 2013) zag Herman het destijds als zijn taak om bruggen te bouwen met Turkse wetenschappers en ze te informeren over de situatie van de christenen. ´Een heel delicaat onderwerp, want in de Turkse academische wereld is de genocide een non-issue. Alleen al daarom is het van belang om contacten te houden met Turkse academici, omdat ze zich dan bewust zijn van het feit dat er naast Turken en Koerden ook andere groepen wonen. En al gaat het tegenwoordig om zeer kleine groepen, in de geschiedenis van het Ottomaanse rijk hebben vrijwel alle groepen christenen een grote rol gespeeld.’

Al is Herman met emeritaat, stilzitten doet hij zeker niet. Bevlogen vertelt hij over zijn werk. De interpretatie van bronnen die hij haalt uit kleinere lokale archieven en uit oude geschriften in het Syrisch en het Arabisch: ´We gebruiken nu ook steeds vaker de colofons en de kanttekeningen in de manuscripten als bron, geregeld zijn dat historische verhalen waaruit je details kunt halen die anders niet aan het licht komen. Bijvoorbeeld over een mislukte oogst, of over een zware periode waarin veel overvallen plaatsvonden. Soms lees je over plaatsen die niet meer bestaan, namen van kerken of van hoogwaardigheidsbekleders. Het gaat vaak om details, die ertoe doen als ze worden samengebracht.’

Noord-Irak

Vanuit Oost-Turkije lukte het Herman afgelopen najaar met enige moeite de grens over te komen naar Irak. In Erbil, de hoofdstad van het autonome Koerdische gedeelte van Irak, ontmoette Herman zijn oud-student Bashar Warda, die nu bisschop is in Erbil van de Chaldeeuwse Kerk, de grootste christelijke gemeenschap in Irak. Deze kerk is voortgekomen uit de Assyrische Kerk van het Oosten, die had vanaf de tweede helft van de vorige eeuw haar zwaartepunt in de Verenigde Staten (Chicago), maar is nu terug in Erbil. Herman: ‘In Irakees Koerdistan wonen momenteel de meeste christenen, in de stad Ankawa zo’n 30.000. Daar zag ik zelfs straatnamen in het oud-Syrisch schrift. Warda doet er van alles aan om de christenen daar te houden, maar dan moet je ze ook wat te bieden hebben. Om die reden heeft hij samen met de Koerdische autoriteiten de Catholic University of Erbil opgericht. Hij begon met studierichtingen waarmee je werk kunt vinden: engineering, medicijnen etc. Maar als bisschop wil hij de universiteit ook een ziel en een identiteit geven. Dus richtte hij het centrum voor studie van het christendom op en nu zoekt hij samenwerking met ons. Ik heb geholpen met het opstellen van een curriculum en we zijn in gesprek met de universiteit van Leuven over een vorm van samenwerking, want dat versterkt zijn positie.

Foto links: De nieuwe patriarchale residentie van de Assyrische Kerk van het Oosten in Erbil (Iraaks Koerdistan)’/ Foto rechts: Syrische handschriften bewaard in Ankawa.

Zo’n theologische faculteit is een prima initiatief. Het probleem in Irak is dat de christenen er weg willen. In 2003 onder Saddam Hoessein waren er 1,5 miljoen christenen op een totale bevolking van 28 miljoen. Nu zijn er niet meer dan 300.000 christenen op een bevolking van ruim 30 miljoen. Christenen vormen daar dus een onbetekenende minderheid. Ze zijn onderling ook verdeeld, maar ze hebben een ding gemeen: de meerderheid van de gelovigen is vertrokken naar elders. Kerken in het Midden-Oosten kunnen niet meer overleven zonder steun vanuit de diaspora. Maar omgekeerd geldt evenzeer dat als de gemeenschappen in de diaspora geen wortels meer hebben in het Midden-Oosten, dat ze over twee of drie generaties opgaan in de mainstream en verdwijnen.

De geestelijk leider van de Kerk van het Oosten, Mar Awa, voelt goed aan dat de christelijke minderheid zeer klein is, en dat je het moet zoeken in samenwerking. Dat gebeurde afgelopen jaar op 13 september met “Het feest van de Kruisverheffing”. In Erbil vierden alle kerken dat samen. Er was zelfs een groot stadium afgehuurd voor gezamenlijke maaltijden. Het was echt een groot volksfeest, met vuurwerk en alles erop en eraan.
De samenwerking verloopt niet altijd zo soepel. Louis Sako, patriarch van de Chaldeeuwse Kerk, beschouwt zichzelf als de vertegenwoordiger van de christenen naar de Iraakse autoriteiten. En dat wordt niet altijd gewaardeerd door de andere kerken die hun autonomie willen behouden en niet onder zijn gezag willen staan.

Bijbelse roots

Het is niet bepaald een optimistisch beeld dat de voormalig hoogleraar schetst. Herman sluit zelfs niet uit de christenen op termijn zullen verdwijnen uit het Midden-Oosten. ‘Laten we hopen dat die exodus niet zal plaatsvinden. Als de binding met het thuisland verdwijnt, wat heeft het dan nog voor zin om bijvoorbeeld een Melkitsche kerk te hebben in de Verenigde Staten of in Sydney? Het zou het einde betekenen van een aantal tradities die juist zo de moeite waard zijn. Bij de Syrische tak van het christendom, de tak die ik bestudeer, wordt tijdens de liturgie nog een vorm van het Aramees gebezigd, de taal van Jezus Christus en de apostelen. Zij zijn bij de Bijbelse wortels gebleven. De Syrische Kerk in Erbil is geconstrueerd naar het model van de synagoge. Vergeet niet dat deze mensen al vanaf de 7e eeuw binnen de islamitische wereld hebben geleefd. Wil je in dialoog met die wereld, dan zijn zij de ervaringsdeskundigen. Er bestaan mooie voorbeelden van. Zo waren er in Bagdad, lange tijd zetel van de moslimwereld, wekelijks officiële zittingen waarbij geleerden uit de islam en het christindom elkaar uitdaagden te praten over hun geloofsovertuigingen, zonder dat ze daarbij uit de Bijbel of de Koran mochten citeren. Alleen de taal van de filosofie was geoorloofd. Het ging erover wie met de beste rationele argumenten kwam.

Feest van de Kruisverheffing

Ander voorbeeld: een monnik werd uitgenodigd bij een islamitische gouverneur om iets over zijn geloof te vertellen. Die monnik vroeg of er geen represailles zouden zijn als hij werkelijk zou zeggen wat hij dacht. Daarop volgde een discussie over hoe je werkelijk moet praten: door op voorhand je hart leegmaken. Dus ontdoe je van alle vooroordelen en ga het gesprek aan. Dit vind ik een geweldig voorbeeld. Die realiteit heeft bestaan en dat moet geweten worden.

Ook nu zijn er mooie initiatieven. Zo bestaat in Libanon Markaz al-Adyân, een centrum van de godsdiensten onder leiding van een melkitische priester en een islamitische theologe. Zij hebben onlangs een boek gepubliceerd waarin de priester ingaat op de openheid die er bestaat in de Bijbel om nader tot elkaar te komen en de moslima, dr. Nayla Tabbara, doet datzelfde voor de Koran, origineel en deskundig, Ze weet waarover ze spreekt; ze gaat in op de verzen in de Koran uit de diverse periodes, de Mekkaanse en de Medinensische, met name op de laatste periode waarin de toon verhardt. Maar, zo stelt Tabbara, op het einde keert de profeet als het ware weer terug naar Mekka, naar de openheid van het begin, en dat biedt perspectieven om verder te praten.
Wat mij betreft moet het Midden-Oosten vooral een pluriforme maatschappij blijven. Ook Paus Benedictus XVI waarschuwde in zijn encycliek Ecclesia in Medio Oriente voor een monochromatisch Midden-Oosten, een een kleurige, islamitische samenleving waarin andere stemmen niet worden gehoord.

Foto’s: Herman Teule/

Openingsfoto: Gezamenlijke viering in Ankawa op het feest van de kruisverheffing (13 en 14 september 2024). De eerste keer dat de verschillende kerken van Ankawa en Erbil (Iraaks Koerdistan) dit feest gezamenlijk vieren.

Auteurs